Cobra

Cobra probeerde de wortels, het plaatselijke, volkse van ieder land te ontdekken. Er waren drie landen, drie jaren en drie stadia:

Het specialisme : door en door schilder zijn of schrijver, alles wat je maakt, grondig doen zonder te professioneel te worden en je te laten leiden door de gemakzucht van de gewoonte. Het anti-specialisme : de schilders in Cobra moesten schrijven en de schrijvers schilderen.

Verder het interspecialisme : de woord-schilderijen. De schilder treedt op als schilder, de dichter als dichter. Zeer belangrijk is dat Cobra de materiële schriftuur ontdekt heeft.
Voor het iets betekent, is het geschrift een geheel van inktvormen. Het geschrift schept vormen en teksten. Het is vreemd dat de surrealisten met hun automatisch schrift, nooit gekeken hadden naar dat geschrift. Dat ze de materiële schriftuur nooit gezien hadden.
Voor Cobra was dit essentieel omdat het toeliet te verzamelen, te ontwikkelen.
Dat experiment moet verder doorgevoerd worden, we weten niet goed hoe, waardoor het geschrift poëzie en schilderkunst kan verenigen.

Het internationalisme van Cobra was volledig nieuw. Tussen die drie kleine landen bestonden geen culturele of artistieke banden.

Karel Appel, Dotremont, Jorn, Reinhoud, Corneille maakten deel uit van de Cobragroep.