Maurice Wyckaert

De bijna onbewuste verwantschap van Maurice Wyckaert (1923-1996) met Cobra komt allicht door de vriendschap met de Deense vertegenwoordiger Asger Jorn. Wyckaert, een actief Taptoe-bezoeker, was ook lid van de “Situationistische Internationale”. Maar Wyckaert koos voor de schilderkunst i.p.v. voor de politieke revolte. Zijn lidmaatschap was dan ook maar tijdelijk.

Maurice Wyckaert begon zijn oeuvre met het schilderen van doeken in de trant van Jean Brusselmans (1884-1953). Het expressionisme van deze Brusselse kunstenaar kenmerkte zich door composities waarin de geschilderde voorwerpen ook als een opbouw van abstracte vlakken konden gezien worden. Daarenboven gebruikte hij een veel kleurrijker palet dan de Vlaamse expressionisten die vooral met donkerbruinen en okers werkten. Hij had veel invloed op sommige kunstenaars uit de naoorlogse generatie. Wyckaert vond snel zijn weg naar een eigen soort niet-figuratieve stijl, maar kleur en vlakken bleven zijn toverformule. Na zijn figuratieve beginperiode kan men nog twee periodes onderscheiden. De overgang, te situeren rond 1965, wordt zeer goed geschetst door Freddy De Vree: “Wanneer Maurice Wyckaert in Nukerke zijn eigenheid vindt, wanneer hij Brusselmans achter zich laat, de Jeune Peinture achter zich laat, het beeldvocabularium van Ensor, Turner en Jorn achter zich laat, wanneer hij de matière met haar erfenis van Fautrier en Dubuffet verlaat om op te wieken in een eigen hemel, is Hugo Claus getuige van dit aangrijpende moment in de ontwikkeling van zijn vriend. Hugo Claus ziet uit een schilderend mens een schilder geboren worden.” Dit citaat vat de invloeden samen die de eerste periode kenmerken. Enkel de link met het Brabants fauvisme ontbreekt. Uit de opsomming van zijn inspiratiebronnen, mag men niet afleiden dat Wyckaert in die eerste periode geen goede originele schilder was. Op basis van dit werk zou men hem overigens ook kunnen indelen bij de Informele Kunst. Dit is de naam voor de wijze van schilderen zonder duidelijk afgelijnde vormen. De verfbrij spreekt hier voor zich en wordt soms rechtstreeks uit de tube op het doek aangebracht en eerder bewerkt met het paletmes dan met de verfkwast. Het effect van de verfmaterie zelf is hier van grote betekenis. Wyckaert nam overigens in 1983 deel aan een overzichtstentoonstelling van Belgische en Nederlandse vertegenwoordigers van de Informele Kunst.

© 2012, Willem Elias.

Leuven

  • maakt deel uit van Summer Spotlight